ECLI:NL:RBROT:2017:2086
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar
Eiseres was werkzaam als medior penitentiair inrichtingswerker en kreeg in 2015 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd vanwege ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het niet melden van een incident waarbij zij een agent beledigde en mishandelde, en het niet tijdig melden van de afwijzing van haar aanvraag voor een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG).
Verweerder besloot tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag nadat eiseres zich opnieuw schuldig maakte aan plichtsverzuim. De rechtbank toetste of de voorwaarden voor tenuitvoerlegging waren vervuld en of het besluit redelijk was genomen. De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van eiseres inderdaad ernstig plichtsverzuim vormden en dat verweerder bevoegd was tot tenuitvoerlegging.
Eiseres voerde geen beroep op ontoerekenbaarheid aan en stelde dat zij niet verplicht was een VOG aan te vragen, maar deze argumenten werden verworpen. De rechtbank oordeelde dat de meldplicht en de gedragsregels ook tijdens arbeidsongeschiktheid gelden en dat het niet melden van de antecedenten en VOG-afwijzing zwaar woog.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam op 23 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wordt ongegrond verklaard.