ECLI:NL:RBROT:2017:2113
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Nederlanderschap door optie wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
Eiser heeft op 20 oktober 2015 een optieverklaring afgelegd voor het verkrijgen van het Nederlanderschap. Verweerder heeft dit verzoek geweigerd op grond van artikel 6, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat eiser gevaar oplevert voor de openbare orde. Deze weigering is gebaseerd op strafrechtelijke veroordelingen van eiser, waaronder een gevangenisstraf wegens huiselijk geweld.
Eiser stelde dat de verblijfsduur in Nederland meegewogen had moeten worden bij de beoordeling, en dat verweerder ten onrechte niet van het beleid was afgeweken ondanks zijn langdurige verblijf en de Nederlandse nationaliteit van zijn kinderen. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust dezelfde normen hanteert voor optie als voor naturalisatie en dat persoonlijke omstandigheden zoals verblijfsduur geen doorslaggevende rol spelen bij de beoordeling van ernstige vermoedens.
Verweerder heeft alle relevante omstandigheden betrokken bij zijn beslissing en mocht terughoudend zijn in het aannemen van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot afwijking van het beleid. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot Nederlanderschap af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het Nederlanderschap door optie wordt ongegrond verklaard.