Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het bij dagvaarding I ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het bij dagvaarding II onder 1 tot en met 6 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest;
- tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf onder parketnummer 10/164692-15.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
Standpunt verdediging
enerechtbank reeds uitspraak gedaan alvorens de dagvaarding die op grond van hetzelfde feitencomplex (mede) was toegesneden op artikel 225 Sr Pro voor de
andererechtbank werd uitgebracht. De onderhavige zaak verschilt daarvan in zoverre dat beide feiten gevoegd aan het oordeel van de rechtbank zijn onderworpen. Dan zijn de bepalingen van samenloop als bedoeld in artikel 55 ev Pro. Sr van toepassing.
5.Waardering van het bewijs
Ten aanzien van dagvaarding I: vrijspraak
- blijkens een mutatie van de politie een aantal bladzijden uit het (oude) paspoort van de verdachte ontbrak;
- de verdachte zich op 7 juni 2014 heeft uitgeschreven uit het bevolkingsregister en een niet bestaand adres in de Verenigde Staten als nieuw adres heeft opgegeven;
- de verdachte op 26 juni 2014 weer terug was in Nederland;
- de partner van de verdachte heeft verklaard dat de verdachte na een ruzie met onbekende bestemming was vertrokken. Zij kon niet uitsluiten dat hij naar de strijdgebieden in het Midden-Oosten was vertrokken;
- de verdachte verschillende verklaringen heeft afgelegd over waar hij in juni 2014 is geweest: Turkije, Marokko en Syrië passeren de revue, maar geen van deze verklaringen is aannemelijk.
“Als een rechter, de Raad voor de Kinderbescherming vinden dat de kinderen toch naar school moeten dan maak ik ze en jou kapot.”
mijkapot”. Nu geen ander bewijsmateriaal de verklaring van [naam slachtoffer 1] bevestigt, dient de verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.
6.Bewezenverklaring
7.Strafbaarheid feiten
8.Strafbaarheid verdachte
9.Motivering straf
Algemene overweging
Feiten waarop de straf is gebaseerdin het bijzonder uiteen is gezet, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
10.Vordering tenuitvoerlegging
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 181, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de
proeftijd, die hierbij wordt gesteld op
3 (drie) jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;
tenuitvoerleggingvan deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
voorwaardelijke gevangenisstrafvoor de tijd van
2 (twee) weken.
dagvaarding Iten laste gelegd dat
dagvaarding IIten laste gelegd dat