ECLI:NL:RBROT:2017:2873
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering ING Bank tot betaling ongeoorloofde debetstand na blokkering betaalrekening wegens fraude
De zaak betreft een vordering van ING Bank tegen een klant die een betaalrekening bij ING had. ING blokkeerde de betaalrekening en andere betaalproducten van de klant na constatering van fraude bij een hypotheekaanvraag bij een andere bank, waarbij vervalste bankafschriften waren overgelegd.
ING sommeerde de klant het bedrag van de ongeoorloofde debetstand van €11.393,- binnen tien dagen te voldoen en beëindigde de betaalrekening na het uitblijven van reactie. ING vordert betaling van de debetstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
De klant betwist de hoogte van de debetstand niet, maar stelt dat ING te voortvarend heeft gehandeld met de blokkering en opzegging van de rekening. De rechtbank oordeelt dat ING gerechtigd was de relatie op te zeggen op grond van artikel 35 van Pro de Algemene Bankvoorwaarden, gezien het fraudeonderzoek en het uitblijven van reactie van de klant.
De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen, maar de incassokosten worden afgewezen omdat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor aanmaningstermijnen. De klant wordt veroordeeld tot betaling van €11.518,14 plus rente en in de proceskosten.
Uitkomst: De klant wordt veroordeeld tot betaling van €11.518,14 plus wettelijke rente en in de proceskosten, met afwijzing van de incassokosten.