ECLI:NL:RBROT:2017:2942
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- D. Brugman
- E. Lunenburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen per 1 juli 2015
Eiser, voormalig werknemer bij een aannemingsbedrijf, kreeg een WW-uitkering toegekend waarbij het dagloon aanzienlijk lager werd vastgesteld door toepassing van het per 1 juli 2015 geldende Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Eiser stelde dat deze regeling in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM en het loondervingsbeginsel, omdat hij door minder uren en lager loon een lagere uitkering ontving.
De rechtbank overwoog dat het Dagloonbesluit conform de wettelijke bepalingen was toegepast en dat het Eerste Protocol geen eigendomsrecht op een bepaalde uitkeringshoogte beschermt. Tevens werd geoordeeld dat de wetgever een afweging heeft gemaakt om ongelijkheid tussen werknemers met kortere en langere dienstverbanden te corrigeren, wat niet in strijd is met het loondervingsbeginsel.
De stelling van eiser dat hij niet had kunnen anticiperen op het wegvallen van de dagloongarantie werd verworpen, mede omdat hij na de wijziging in dienst trad. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het Dagloonbesluit wordt als rechtmatig bevestigd.