Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 december 2015 met 22 producties, waaronder beslagstukken;
- de conclusie van antwoord met 5 producties;
- het tussenvonnis van 16 maart 2016 waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de zittingsagenda van 4 mei 2016;
- de akte overlegging producties van IBR met 8 producties;
- de akte ten behoeve van de comparitie van partijen van IBR;
- de akte naar aanleiding van de zittingsagenda van Jiahua en Red Box;
- de pleitnotitie van de advocaten van IBR;
- de pleitaantekeningen van de advocaten van Jiahua en Red Box;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 juni 2016, met daaraan gehecht de brief van mr. Van Blaaderen namens IBR van 28 juni 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal en die van mr. Van Norden van 1 juli 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal.
2.De feiten
- op 17 augustus 2015 arriveerde het schip op de Kabil Anchorage, eiland Batam, Indonesië; het vertrok daarvandaan op 19 augustus 2015 met bestemming Batu Ampar, eiland Batam, Indonesie;
- op 19 augustus 2015 arriveerde het schip in Kabil, eiland Batam, Indonesië; het vertrok daarvandaan op 23 augustus 2015 met bestemming Batu Ampar, eiland Batam, Indonesië;
- op 26 augustus 2015 arriveerde het schip in Kabil, eiland Batam, Indonesië; het vertrok daarvandaan op 30 augustus 2015 met bestemming Singapore;
- op 30 augustus 2015 arriveerde het schip op de Singapore Eastern Anchorage, Singapore.
3.Het geschil
4.De beoordeling
bevoegdheid; toepasselijk recht
- a) [medewerker] van Red Box heeft tijdens telefoongesprekken rond het middaguur op 28 augustus 2015 medegedeeld dat Red Box de eerste helft van de koopprijs, waarvoor toen de factuur al bij Red Box voorlag, niet kon betalen.
- b) De geruchten uit de markt dat Red Box de voor de ‘Red Zed I’ benodigde bunkerolie bij een derde bestelde heeft [medewerker] op 28 augustus 2015 aan IBR telefonisch bevestigd.
- c) De combinatie van het vanaf april 2015 telkens uitstellen van de aflevering, het niet opgeven van een “ETA” voor de ‘Red Zed I’ in augustus terwijl het schip al in Batam was gesignaleerd, het in augustus vragen van offertes bij een of meer andere leveranciers in Singapore en het zelfs nog rond het middaguur van 28 augustus niet bevestigen dat de eerste helft van de kooprijs zou worden betaald, levert eveneens zodanige mededeling op.
- a) De berichten van Red Box jegens IBR tot in de ochtend van 28 augustus 2015, toen IBR om details van de betaling verzocht (zie 2.7 tot en met 2.12), tonen aan dat Red Box jegens IBR de boot afhield.
- b) In dezelfde tijd vernam IBR (via Chemoil) dat Red Box zich op de spotmarkt in Singapore oriënteerde om dezelfde hoeveelheid bunkerolie ten behoeve van de ‘Red Zed I’ te kopen. Het ligt niet in de rede dat Red Box zowel aan IBR als aan een derde de koopprijzen voor de bunkerolie voor dat schip zou willen betalen.
- c) Toen IBR op 27 augustus 2015 haar factuur voor de eerste helft van de koopprijs aan Red Box had toegestuurd en om dadelijke betaling had gevraagd, heeft Red Box (voordat IBR de koopovereenkomst ontbond) niet aan IBR medegedeeld dat die eerste helft nog niet opeisbaar was, maar Red Box reageerde niet op verzoeken van IBR om een betalingsbevestiging.
- d) Als rompbevrachter van de ‘Red Zed I’ exploiteerde Red Box dat schip zelf. Naar achteraf is gebleken, heeft Red Box het schip op zondag 30 augustus 2015 naar Singapore laten varen en vervolgens aldaar bunkerolie laten innemen. Redelijkerwijs moet het Red Box daarom in de loop van vrijdag 28 augustus 2015 duidelijk zijn geweest dat het schip dat weekend naar Singapore zou gaan. Red Box heeft, echter, nagelaten om dat duidelijk, met opgave van een “ETA” aan IBR mede te delen.
- e) Red Box erkent – pas ter comparitie en na aanvankelijke betwisting – dat [medewerker] op 28 augustus 2015 rond het middaguur aan IBR heeft medegedeeld dat Red Box op die datum niet tot betaling in staat was. Red Box stelt weliswaar dat [medewerker] daarbij heeft gezegd dat zij op maandag 31 augustus 2015 wel zou kunnen betalen, maar Red Box heeft nagelaten feiten of omstandigheden te stellen, laat staan aannemelijk te maken, waarom zij die maandag wel tot betaling in staat zou zijn terwijl zij dat op vrijdag nog niet was. Met de toevoeging dat Red Box op maandag 31 augustus 2015 wel zou kunnen betalen, kan die mededeling van [medewerker] niet als een mededeling van tekortschieten worden aangemerkt, maar zonder die toevoeging wel.
5.De beslissing
- a) dat Red Box de getuigen dient aan te zeggen met opgave van hun verhinderdata en die van beide partijen en hun raadslieden;
- b) dat de getuigenverhoren zullen worden gehouden voor mr. W.P. Sprenger in het gerechtsgebouw op een aan de hand van de onder (a) bedoelde opgave nader te bepalen datum;