Intrum Justitia vordert betaling van een bedrag voortvloeiend uit een mobiele telefoonovereenkomst tussen gedaagde en Vodafone, waarbij zij stelt dat Vodafone haar vordering aan haar heeft gecedeerd. Gedaagde erkent de schuld maar betwist later de rechtsgeldigheid van de cessie, wat de kantonrechter als te laat ingediend verweer passeert.
De kantonrechter stelt vast dat de overeenkomst een koop op afbetaling van een mobiele telefoon betreft, maar dat onvoldoende is aangetoond welk deel van de maandelijkse kosten betrekking heeft op het toestel. Hierdoor wordt het toestelgedeelte afgewezen. Wel worden gebruikskosten vanaf 3 februari 2012 toegewezen, omdat de ingangsdatum van de overeenkomst onduidelijk was en deze datum als uitgangspunt wordt genomen.
De gevorderde vervallen rente wordt afgewezen vanwege een onjuist berekend hoofdsombedrag en buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs van werkzaamheden. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €66,10 plus wettelijke rente en in de proceskosten, met een beperking van de griffierechtkosten.