ECLI:NL:RBROT:2017:3255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering zorg- en huurtoeslag vanwege omgezette BBZ-lening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin de zorg- en huurtoeslag over 2015 op nihil zijn vastgesteld en terugvordering van te veel betaalde voorschotten is opgelegd. De terugvordering is gebaseerd op het feit dat in 2015 een BBZ-lening uit 2013 en 2014 is omgezet in bijstand, wat het toetsingsinkomen verhoogt.
Eiser betoogt dat deze omzetting leidt tot een fictief hoog inkomen, terwijl hij feitelijk alleen bijstand ontving, en dat de omgezette lening buiten beschouwing had moeten blijven bij de toeslagberekening. De rechtbank oordeelt dat de wet (Awir, Wht, Bht en Wzt) geen ruimte biedt om het papieren inkomen buiten beschouwing te laten en dat er geen algemene hardheidsclausule bestaat.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit standpunt ondersteunt. Ook het argument van eiser over ongelijke behandeling wordt verworpen omdat de rechter formele wetgeving niet mag toetsen aan fundamentele rechtsbeginselen.
Ten slotte wijst de rechtbank op vaste jurisprudentie dat terugvordering niet kan worden kwijtgescholden en dat huur- en zorgtoeslag niet bedoeld zijn om het bestaansminimum te waarborgen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van zorg- en huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.