ECLI:NL:RBROT:2017:3323
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoekster huurt een woning waar op 13 november 2016 een hennepkwekerij met 295 planten werd aangetroffen. Naar aanleiding hiervan legde de burgemeester een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De burgemeester baseerde het besluit op beleidsregels die bij aanwezigheid van 20 of meer hennepplanten een sluiting van drie maanden voorschrijven. Verzoekster stelde dat het beleid onredelijk was, dat proportionaliteit en subsidiariteit zich tegen sluiting verzetten, en dat zij vanwege haar kwetsbare gezondheid en persoonlijke omstandigheden een uitzondering verdiende.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester een kenbare en zorgvuldige afweging had gemaakt, waarbij de ernst van de situatie, de professionele aard van de hennepkwekerij, en het feit dat verzoekster financieel voordeel had genoten, zwaarder wogen dan haar persoonlijke omstandigheden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.