ECLI:NL:RBROT:2017:3565

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 april 2017
Publicatiedatum
10 mei 2017
Zaaknummer
C/10/507047 / HA ZA 16-758
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating van voeging aansprakelijkheidsverzekeraar aan zijde verzekeringnemer in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert verzekeraar Reaal zich te mogen voegen aan de zijde van haar verzekeringnemer Boor in een aansprakelijkheidszaak. Reaal stelt dat zij belang heeft bij voeging om benadeling te voorkomen, aangezien zij dekking moet verlenen binnen de polisvoorwaarden en betrokken wil zijn bij de wijze waarop het verweer wordt gevoerd.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 217 Rv Pro een ieder die een belang heeft bij een procedure zich mag voegen. Reaal heeft voldoende onderbouwd dat een nadelige uitkomst voor Boor feitelijke of juridische gevolgen voor haar kan hebben, mede doordat zij aansprakelijkheidsverzekeraar is en mogelijk tot uitkering moet overgaan.

Hoewel Boor reeds verweer heeft gevoerd, is het belang van Reaal om met eigen argumenten het verweer te ondersteunen aanwezig. De rechtbank acht de voeging niet onredelijk belastend voor de hoofdpartijen en ziet geen strijd met de goede procesorde.

De rechtbank staat daarom toe dat Reaal zich voegt aan de zijde van Boor en bepaalt dat de zaak wordt voortgezet met een conclusie van antwoord namens Reaal. De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat verzekeraar Reaal zich voegt aan de zijde van verzekeringnemer Boor in de hoofdzaak.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/507047 / HA ZA 16-758
Vonnis in incident van 19 april 2017
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

wonende te Rotterdam,
2.
[eiser 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. S. Ezzaki te Rotterdam,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
gedaagde,
verweerster in het incident,
advocaat mr. J.J. Jacobse te Middelburg,
2. de stichting
STICHTING BOOR,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
verweerster in het incident,
advocaat mr. W.F. Roelink te Hoofddorp,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 3],
gevestigd te Dordrecht,
gedaagde,
verweerster in het incident,
niet verschenen,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BREFU FUNDERINGSTECHNIEKEN B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde,
verweerster in het incident,
advocaat mr. E.J. Eijsberg te Rotterdam,
en
de naamloze vennootschap
REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
eiseres in het incident,
advocaat mr. P.C. Knijp te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eisers] , Gemeente Rotterdam, Boor, [gedaagde 3] , Brefu en Reaal worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 4 juli 2016,
  • de incidentele conclusie tot voeging van de zijde van Reaal van 25 januari 2017, met productie,
  • de incidentele conclusie van antwoord van 8 februari 2017 van [eisers] , met productie,
  • de incidentele conclusie van antwoord van 8 februari 2017 van Gemeente Rotterdam, met productie,
  • de incidentele conclusie van antwoord van 8 februari 2017 van Boor,
  • de incidentele conclusie van antwoord van 8 februari 2017 van Brefu.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.De beoordeling in het incident

2.1.
Reaal vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak aan de zijde van Boor te voegen.
2.2.
[eisers] , Gemeente Rotterdam en Brefu voeren verweer en concluderen tot afwijzing. Boor refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.3.
Reaal heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij voeging teneinde benadeling aan haar zijde te voorkomen. Reaal is de aansprakelijkheidsverzekeraar van verzekeringnemer Boor op grond van de overeengekomen Pakketpolis Onderwijs (hierna: de polis) met bijbehorende polisvoorwaarden. Reaal is bereid om binnen de reikwijdte van de polisvoorwaarden ten aanzien van de vordering in de hoofdzaak dekking te verlenen aan Boor, mits Reaal voldoende in de gelegenheid wordt gesteld om mee te denken met en invulling te geven aan de wijze waarop de verzekerde belangen worden behartigd c.q. verweer in de hoofdzaak wordt gevoerd. Reaal is van oordeel dat zij die ruimte vooralsnog niet, althans onvoldoende heeft gekregen, nu Reaal niet haar eigen advocaat heeft kunnen aanstellen en de wijze van verweer voeren door Boor mogelijk afbreuk doet aan de belangen van Reaal. Reaal zou kunnen worden benadeeld indien Boor in de procedure op niet of minder adequate wijze verweert voert, waardoor de jegens Boor ingestelde vorderingen zouden kunnen worden toegewezen en Reaal tot uitkering dient te komen. Het is derhalve voor Reaal van belang dat Boor haar verweer juist onderbouwt en geen essentiële weren onbenut laat. Reaal kan als verzekeraar van Boor ondersteuning en onderbouwing bieden voor het verweer van Boor jegens eiser.
2.4.
Op grond van artikel 217 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering kan een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich voegt. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de toe- dan wel afwijzing van de in die procedure ingestelde vordering of het gezag van gewijsde van in de uitspraak in die procedure gegeven eindbeslissingen zal kunnen hebben voor degene die de voeging vordert. (HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1602,
NJ2015/295, en HR 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2534,
NJ2015/369).
2.5.
De rechtbank oordeelt dat Reaal haar belang om zich te voegen aan de zijde van Boor in onderhavige hoofdzaak voldoende heeft onderbouwd. In de hoofdzaak is door [eisers] gevorderd voor recht te verklaren dat gedaagden, waaronder Boor, ieder voor het geheel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [eisers] ten gevolge van onrechtmatig handelen geleden en nog te lijden schade en gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van € 25.000,-, vermeerderd met kosten. Reaal heeft voldoende duidelijk gemaakt dat en waarom toewijzing van de vordering tegen Boor of het gezag van gewijsde van de uitspraak in de hoofdzaak feitelijke of juridische gevolgen voor Reaal heeft. Niet in geschil is dat tussen Reaal en Boor een overeenkomst met betrekking tot een aansprakelijkheidsverzekering is gesloten. Niet is uit te sluiten dat Boor zich, ingeval van een voor haar nadelige uitkomst in de hoofdzaak, alsnog zal wenden tot haar aansprakelijkheidsverzekeraar Reaal, in een poging haar schade op Reaal te verhalen. Niet vast staat dat Reaal zich ter afwending met succes op de polisvoorwaarden zal kunnen beroepen. Daarbij komt dat Reaal zich bereid heeft verklaard om binnen te reikwijdte van de polisvoorwaarden dekking te verlenen aan Boor, mits zij in de gelegenheid wordt gesteld invulling te geven aan de wijze waarop de verzekerde belangen worden behartigd. Hieruit volgt dat Reaal een direct belang heeft om met eigen argumenten de vordering van [eisers] te bestrijden. Dat de betrokkenheid van Reaal op de polis is beperkt tot 40% alsmede dat derden mogelijk een vergelijkbaar belang hebben, zoals aangevoerd, maakt dit niet anders. Dat Boor in de hoofdzaak reeds verweer heeft gevoerd in haar conclusie van antwoord maakt niet dat Reaal thans geen belang meer zou hebben bij voeging aan de zijde van Boor in de hoofdzaak. Dat van [eisers] de extra tijdsbelasting en kosten die gepaard zullen gaan met een dergelijke voeging niet kunnen worden gevergd en dat de hoofdzaak als gevolg van de verzochte voeging onredelijk zou worden vertraagd, zoals aangevoerd, volgt de rechtbank niet. Een partijvoeging is in beginsel immers weinig belastend voor de hoofdpartijen, nu de gevoegde partij slechts nadere feiten, argumenten en verweren aanvoert ten behoeve van de partij aan wiens zijde zij zich schaart en zij gelijktijdig met deze aan het woord is. Van strijd met de goede procesorde is de rechtbank niet gebleken.

3.De beslissing

De rechtbank
in het incident3.1. staat Reaal toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van Boor te voegen,
3.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
31 mei 2017voor conclusie van antwoord aan de zijde van Reaal.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2017.
1774 / 1729