In deze zaak stond de berekening en toekenning van verschuldigde bedragen na ontbinding van de arbeidsovereenkomst centraal. De werknemer vorderde betaling van een retentiebonus over 2016, provisie over november 2016, een salarisverhoging en een transitievergoeding. De kantonrechter beoordeelde de verschillende vorderingen op basis van de arbeidsovereenkomst, processtukken en ingebrachte bewijsstukken.
De retentiebonus werd door EGN betwist, waarbij een lager bedrag werd gesteld dan door de werknemer. De kantonrechter wees het door EGN gestelde bedrag van € 1.650,00 toe omdat geen bewijs was geleverd dat dit hoger zou zijn. De provisie over november 2016 werd deels toegewezen na beoordeling van omzet, storneringen en een rapport van een registeraccountant. De kantonrechter verwierp de betwisting van een deel van de storneringen wegens onvoldoende onderbouwing door EGN.
De salarisverhoging per 1 januari 2017 was erkend en grotendeels voldaan, zodat geen veroordeling voor de maand april 2017 werd uitgesproken. De transitievergoeding werd berekend op basis van het gemiddelde loon inclusief provisies en vakantiebijslag conform het Besluit loonbegrip, en toegekend voor de duur van de arbeidsovereenkomst.
Ten slotte werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De kantonrechter wees het meer of anders verzochte af en veroordeelde EGN tot betaling van de genoemde bedragen met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging voor de provisie.