Eiser, werkzaam als hondengeleider bij de politie, ontvangt naast zijn salaris een compensatie voor de permanente verantwoordelijkheid voor zijn diensthond. Verweerder hield deze compensatie in tijdens de vakantieperiode, wat leidde tot bezwaar en beroep van eiser.
De rechtbank stelt vast dat de compensatie een last betreft die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de arbeidstaken, aangezien eiser permanent verantwoordelijk blijft voor de diensthond, ook tijdens vakantie. Deze verantwoordelijkheid brengt beperkingen mee in het privéleven van eiser en kan niet worden overgedragen.
Op grond van Richtlijn 2003/88/EG en het arrest Williams van het Hof van Justitie moet het gebruikelijke loon, inclusief dergelijke compensaties, worden doorbetaald tijdens vakantie. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder tot betaling van de ingehouden compensatie en proceskosten.