ECLI:NL:RBROT:2017:432
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging privégebruik dienstauto politie met overgangsregeling niet onredelijk
Eiser, werkzaam bij de politie sinds 2002, maakte privé gebruik van een dienstauto die hem in verband met zijn functie ter beschikking was gesteld. Verweerder, de korpschef, besloot het privégebruik per 1 januari 2016 te beëindigen en stelde een overgangsregeling in met een financiële tegemoetkoming.
Eiser stelde dat de overgangsregeling niet rechtsgeldig was omdat deze niet wettelijk was gepubliceerd en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat hoewel de regeling niet volgens de wettelijke publicatie-eisen was bekendgemaakt, deze toch als vaste gedragslijn geldt en dus bindend is. Ook werd geoordeeld dat het beëindigen van het privégebruik niet onredelijk is en past binnen het dienstbelang.
Verder wees de rechtbank het betoog af dat de overgangsperiode onredelijk kort was en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke situatie van eiser. Ook werd geen schending van het eigendomsrecht uit artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM vastgesteld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het privégebruik van de dienstauto wordt ongegrond verklaard.