De rechtbank Rotterdam heeft op 31 mei 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het kraken van een bedrijfspand te Capelle aan den IJssel in de periode van 3 tot en met 26 mei 2015. De verdachte en anderen zouden zonder toestemming van de rechthebbende het pand zijn binnengedrongen en daar wederrechtelijk hebben verbleven.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder onrechtmatigheid van de aanhouding, schending van privacyrechten en het recht op een eerlijk proces, en het argument van dubbele bestraffing (ne bis in idem). De rechtbank verwierp deze verweren omdat de verdachte niet op heterdaad was aangehouden, er geen bewijs was van onrechtmatige informatieverstrekking door het Openbaar Ministerie, en de bestuursrechtelijke maatregelen niet als strafrechtelijke sancties konden worden aangemerkt.
Op bewijsgebied concludeerde de rechtbank dat het wederrechtelijk binnendringen en vertoeven wettig en overtuigend was bewezen. De verdachte kon zich niet beroepen op noodtoestand of overmacht. Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het strafblad werd een gevangenisstraf van 4 weken opgelegd, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding van €854.887,- werd niet-ontvankelijk verklaard wegens de onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van de verdediging, begroot op nihil.