ECLI:NL:RBROT:2017:4505
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ontbreken machtiging
Verweerder legde eiseres op 13 november 2015 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Eiseres maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen schriftelijke machtiging van eiseres was overgelegd door haar gemachtigde. Eiseres stelde de ontvangst van de verzonden brieven aan de gemachtigde te betwisten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met behulp van het registratiesysteem ODAS aannemelijk had gemaakt dat de brieven van 11 februari 2016 en 29 maart 2016 correct waren verzonden naar het juiste adres van de gemachtigde. Het bestuursorgaan voldeed daarmee aan de bewijsverplichting omtrent verzending en ontvangstvermoeden.
De gemachtigde had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de ontvangst van de brieven redelijkerwijs betwijfeld kon worden. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van de vereiste machtiging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard omdat de machtiging niet is overgelegd en de verzending van de brieven aannemelijk is gemaakt.