ECLI:NL:RBROT:2017:4545
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling dagloon Ziektewet na meerdere dienstbetrekkingen afgewezen
Eiser was werkzaam bij twee verschillende werkgevers, [werkgever II] en [werkgever], met overlappende dienstbetrekkingen. Na ziekmelding en aanvraag ZW-uitkering stelde verweerder het dagloon vast op basis van het loon bij [werkgever]. Eiser voerde aan dat de dienstbetrekkingen als één inkomstenverhouding moesten worden beschouwd en dat het dagloon te laag was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de dienstbetrekkingen niet als één inkomstenverhouding konden worden aangemerkt, mede vanwege verschillende werkgevers en loonheffingsnummers. De referteperiode werd correct vastgesteld en het beroep op een hogere dagloonberekening faalde omdat niet voldaan was aan de voorwaarden.
Verweerder mocht uitgaan van de gegevens uit de polisadministratie (Suwinet), waaruit bleek dat het loon correct was berekend. Het hogere dagloon in de WW-context was niet vergelijkbaar met de ZW-berekening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het dagloon in de Ziektewet wordt ongegrond verklaard.