Uitspraak
VONNIS (ontneming) (mk)
[naam veroordeelde] ,
€ 20.029,32 (zegge: twintigduizendnegenentwintig euro en tweeëndertig eurocent).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 mei 2017 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uit het financieel onderzoek bleek dat de veroordeelde tussen 22 april 2015 en 6 november 2015 betrokken was bij 7.258 transacties met verdovende middelen, waarvan een derde aan hem werd toegerekend. De winst per transactie werd conservatief berekend op €10,00, resulterend in een totale opbrengst van €24.190,00. Hiertegenover werden brandstofkosten van €4.160,68 in mindering gebracht, wat leidde tot een netto wederrechtelijk verkregen voordeel van €20.029,32.
De verdediging stelde dat het bedrag lager moest worden vastgesteld, maar de rechtbank verwierp dit verweer wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank legde de verplichting op aan de veroordeelde om het volledige bedrag van €20.029,32 aan de Staat te betalen. De beslissing is gebaseerd op de wettige bewijsmiddelen en de berekening zoals neergelegd in het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €20.029,32 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.