Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6]
[gedaagde 7]
[gedaagde 8],
[gedaagde 10],
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 maart 2016;
- de akte in geding brengen producties van 11 mei 2016 van [eiseres] , met producties;
- de conclusie van antwoord van 6 juli 2016, met producties;
- de brief van 3 augustus 2016 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een comparitie van partijen;
- de brief van 20 oktober 2016 van de rechtbank, waarbij partijen nader zijn geïnstrueerd ten aanzien van de comparitie van partijen;
- de pleitnota van 6 december 2016 van mr. Poort en mr. A.J.L. Claassen;
- de schriftelijke aantekeningen van 6 december 2016 van mr. K. Baetsen;
- de schriftelijke aantekeningen van 6 december 2016 van mr. Rupert;
- het proces-verbaal van de op 6 december 2016 gehouden comparitie van partijen en de daarin genoemde producties (20 en 21 van [eiseres] en 30 van [gedaagden] );
- de brief van 29 december 2016 van mr. Baetsen inhoudende twee opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal van de zitting van 6 december 2016;
- productie 31 van [gedaagden] ;
- de akte houdende aanvulling grondslag, tevens houdende overlegging producties, houdende uitlating comparitie van partijen en antwoordakte overlegging productie 31 van 3 april 2017 van [eiseres] , met producties;
- productie 32, 33 en 34 van [gedaagden] ;
- twee brieven van 17 maart 2017 van mr. Baetsen;
- de akte uitlaten van 3 april 2017 van [gedaagde 10] ;
- de akte uitlaten van 3 april 2017 van [gedaagde 1] en [gedaagde 10] ;
- de akte uitlaten van 3 april 2017 van gedaagden sub 2 tot en met 9;
- de brief van 23 maart 2017 van mr. Poort;
- productie 26 van [eiseres] ;
- de brief van 27 maart 2017 van mr. Baetsen;
- het proces-verbaal van de zitting van 3 april 2017;
- de brief van 13 april 2017 van mr. Baetsen;
- de brief van 14 april 2007 van mr. Poort;
- de brief van 18 april 2017 van mr. Poort;
- de brief van 21 april 2017 van de rechtbank;
- een kopie van het B3-formulier van 3 maart 2017 namens gedaagden sub 2 tot en met 9;
- de brief van 4 mei 2017 van de rechtbank;
- het faxbericht van 11 mei 2017 van mr. Poort.
2.De feiten
- begin volgende week bespreken met EZ, BuZa en Rotterdam of zij bereid zijn het ontstane gat te dichten en hierover op de kortst mogelijke termijn duidelijkheid te verschaffen;
- ervoor zorgen dat in ieder geval hangende het overleg met EZ c.s. in Milaan iemand met gezag en verstand van zaken ervoor zorgt dat het NL paviljoen op verantwoorde wijze kan blijven functioneren.
zgn. herenakkoord van augustus 2015, bij u beiden genoegzaam bekend.
PT Financede heren [persoon] en [persoon] als financiële, technisch en procesmatige specialisten ingezet om hier de rol van inhoudelijke bemiddelaars te spelen. U heeft hierop uw akkoord gegeven.
is de gemeente Rotterdam geworden)
3.Het geschil
4.De beoordeling
8.027,50(2,5 punten × tarief € 3.211,00)