Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de eis in reconventie, van gedaagde 1
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van eiser, tevens akte eisvermeerdering,
- de pleitnota van gedaagden.
Rechtbank Rotterdam
Eiser en gedaagde 1 waren partners in een maatschap voor het uitoefenen van een accountantspraktijk. Gedaagde 1 had de maatschapsovereenkomst per e-mail opgezegd, wat eiser bevestigde. Gedaagde 1 betwistte de opzegging en stelde dat deze afhankelijk was van een acceptabele uitkoopvergoeding. De rechtbank oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was, mede omdat gedaagde 1 niet tijdig protesteerde en daarna handelde alsof de opzegging had plaatsgevonden.
Eiser vorderde onder meer dat gedaagde 1 medewerking verleent aan de uitschrijving van de maatschap uit het Handelsregister en dat gedaagden onverschuldigd betaalde bedragen terugbetalen. De rechtbank oordeelde dat de opzegging ook zonder aangetekende brief rechtsgeldig was en dat voortzetting van de maatschap onaanvaardbaar is omdat partijen niet meer kunnen samenwerken.
De vorderingen van eiser tot betaling van onverschuldigde bedragen aan gedaagde 2 en 3 werden toegewezen, terwijl de vorderingen van gedaagde, waaronder een boete wegens vermeende concurrentie en inzage in administratie, werden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde gedaagde 1 tot medewerking aan uitschrijving, veroordeelde gedaagde 2 en 3 tot terugbetaling, en veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagde 1 tot medewerking aan uitschrijving uit het Handelsregister en veroordeelt gedaagde 2 en 3 tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen.