ECLI:NL:RBROT:2017:5502
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag exploitant en leidinggevende
Eiser exploiteerde sinds 2013 een café waarvoor hij diverse vergunningen bezat, waaronder een drank- en horecavergunning, exploitatievergunning en aanwezigheidsvergunning. Verweerder trok deze vergunningen in op grond van het feit dat eiser en een leidinggevende niet voldeden aan de eis van niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, mede gebaseerd op justitiële documentatie en politieadviezen.
Eiser voerde aan dat de overtredingen voortvloeiden uit één incident en dat de strafzaken deels geseponeerd waren. Ook stelde hij dat hij oneerlijk werd behandeld ten opzichte van andere cafés. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van verweerder voldoende was onderbouwd met meerdere veroordelingen, overtredingen en bestuurlijke rapportages, en dat het niet vereist is dat alleen onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen worden meegewogen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde de intrekking van de vergunningen, waaronder ook de terrasvergunning die werd geweigerd. De stelling van eiser dat sprake was van willekeur of ongelijke behandeling werd niet aannemelijk geacht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 19 juli 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van de drank- en horecavergunning en andere vergunningen wordt ongegrond verklaard.