Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Tulp Verkoop B.V.,
Rechtbank Rotterdam
De werknemer was tot 1 april 2017 in dienst bij Tulp Verkoop B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd over het niet verlengen van zijn contract, omdat hij de aanzegmail van 24 februari 2017 niet had ontvangen. Daarom vorderde hij een aanzegvergoeding van één maandloon.
Tulp betwistte de vordering en stelde dat de werknemer niet bij haar, maar bij een andere entiteit in dienst was geweest. Tijdens de zitting liet Tulp dit punt vallen en erkende dat de e-mail op 24 februari 2017 was verzonden. De kantonrechter oordeelde dat uit de overgelegde stukken, waaronder een IT-overzicht, voldoende blijkt dat de e-mail de server van Tulp had verlaten en dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt waarom hij de e-mail niet had ontvangen.
De enkele ontkenning van de werknemer volstond niet, zeker omdat hij andere e-mails van Tulp wel ontving. Het feit dat hij pas op 30 maart 2017 via de bedrijfsarts hoorde dat zijn contract niet werd verlengd, betekent niet dat de e-mail niet was ontvangen, maar mogelijk niet gelezen. De vordering tot aanzegvergoeding werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot aanzegvergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat aanzegmail niet is ontvangen.