Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 13 april 2017;
- het verweerschrift met daarin een tegenverzoek;
- de pleitnotities van de gemachtigde van FN Steel;
- de overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en FN Steel over de opzegging van de arbeidsovereenkomst na bedrijfseconomische redenen. De werknemer was sinds 1980 in dienst en werd afgewezen voor passende functies, waarna hij bezwaar maakte bij een begeleidingscommissie die unaniem oordeelde dat de functies passend waren. FN Steel vroeg vervolgens toestemming aan het UWV voor ontslag, die deze toestemming verleende ondanks het bindende advies van de commissie.
De kantonrechter oordeelt dat het UWV en de rechter in principe gebonden zijn aan het unanieme advies van de begeleidingscommissie, tenzij dit onaanvaardbaar is volgens redelijkheid en billijkheid. De commissie had geoordeeld dat de werknemer de functie binnen een redelijke termijn kan leren, ook al duurt dit anderhalf tot twee jaar, wat niet in strijd is met de wettelijke redelijke termijn gelijk aan de opzegtermijn.
Daarom had het UWV de toestemming tot ontslag moeten weigeren. FN Steel wordt veroordeeld de arbeidsovereenkomst te herstellen per datum ontslag en tot betaling van loon en toeslagen vanaf die datum. Het verzoek tot ontbinding door FN Steel wordt afgewezen. FN Steel wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: FN Steel wordt veroordeeld tot herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van loon vanaf 31 mei 2017.