Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het originele exploot van dagvaarding in kort geding, met producties;
- de pleitnotitie van de kant van [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
Waterweg Wonen verhuurt sinds 2010 een sociale huurwoning aan de huurder. In februari 2017 trof de politie in en nabij de woning aanzienlijke hoeveelheden MDMA en henneptoppen aan, evenals een digitale weegschaal en koolstoffilter. De burgemeester van Vlaardingen besloot de woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b Opiumwet. Waterweg Wonen ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk.
De huurder betwistte de ontruiming en maakte bezwaar tegen het sluitingsbesluit, dat nog niet onherroepelijk is. De bestuursrechter wees een voorlopige voorziening af. Waterweg Wonen vorderde vervolgens ontruiming in kort geding, met het argument dat zij niet hoeft te wachten op de bestuursrechtelijke procedure.
De kantonrechter oordeelde dat Waterweg Wonen een spoedeisend belang heeft en dat de buitengerechtelijke ontbinding op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro gerechtvaardigd is, ook al is het sluitingsbesluit nog niet definitief. De huurder erkende de aanwezigheid van hennep en werd daarvoor strafrechtelijk veroordeeld. De kantonrechter vond dat de huurder bewust deelnam aan criminele activiteiten en zijn woonbelang op het spel zette. Er was geen sprake van misbruik van recht door Waterweg Wonen.
Daarom werd de vordering tot ontruiming toegewezen, met een termijn van veertien dagen na opheffing van de sluiting. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na opheffing van de sluiting van de woning.