Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties;
- het verweerschrift, met producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser betaling van loon dat door zijn werkgever J.S.M. met terugwerkende kracht is gestaakt vanaf 12 april 2017. Eiser was werkzaam als algemeen medewerker buitendienst en meldde zich ziek vanwege rugklachten. De bedrijfsarts stelde op 12 april 2017 vast dat eiser geschikt was voor aangepaste werkzaamheden, waarvoor een plan van aanpak moest worden opgesteld. Dit plan werd op 18 april 2017 opgesteld en vanaf die datum was passend werk beschikbaar.
Eiser verrichtte op 19 april 2017 aangepaste werkzaamheden, maar was vanaf 20 april 2017 ongeoorloofd afwezig, ondanks oproepen van de werkgever en dreiging met sancties. De bedrijfsarts bevestigde op 10 mei 2017 dat de beperkingen onveranderd waren en dat passend werk mogelijk was. De werkgever staakte daarom de loonbetaling vanaf 12 april 2017 wegens het niet verrichten van passende arbeid.
De kantonrechter oordeelt dat de loonbetaling over de periode van 12 tot en met 19 april 2017 terecht moet worden voortgezet, omdat het plan van aanpak toen nog niet was vastgesteld. Voor de periode van 20 april tot en met 10 mei 2017 is de loonsanctie terecht opgelegd, omdat eiser zonder geldige reden niet werkte. De vordering wordt daarom deels toegewezen, met een bruto bedrag van €530,73 inclusief wettelijke verhoging en rente. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Loonvordering deels toegewezen voor periode zonder passend werk, loonsanctie gehandhaafd voor periode van niet verrichte passende arbeid.