ECLI:NL:RBROT:2017:6437
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing sluiting nachthorecazaak wegens onvoldoende bewijs zedendelicten
De burgemeester van Rotterdam had een nachthorecazaak voor drie maanden gesloten vanwege een patroon van ernstige zedendelicten waarbij slachtoffers de zaak hadden bezocht. De sluiting was gebaseerd op een politie-rapportage en een spoedsluiting van twee weken na een ernstig zedenincident op 23 juli 2017.
Verzoekster, exploitant van de zaak, maakte bezwaar tegen de sluiting en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat niet vaststaat dat de zedendelicten zich in of vanuit de zaak hebben voorgedaan en dat zij alle redelijke maatregelen had getroffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de rapportage onvoldoende grondslag bood om de sluiting te handhaven, mede omdat de onderliggende processen-verbaal niet beschikbaar waren en het politieonderzoek nog liep.
De voorzieningenrechter vond dat de burgemeester de afgelopen weken had kunnen benutten om zijn standpunt nader te onderbouwen, maar dit niet had gedaan. Gezien de belangenafweging werd de sluiting met onmiddellijke ingang opgeheven. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de nachthorecazaak wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs dat zedendelicten zich in of vanuit de zaak hebben voorgedaan.