Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
10/700423-15
12 september 2017
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van twee jaar.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
2 (twee) jaren;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het primaire feit:
€ 1.508,68 (zegge: eenduizendvijfhonderdenacht euro en achtenzestig cent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 1.508,68(hoofdsom,
zegge: eenduizendvijfhonderdenacht euro en achtenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
25 (vijfentwintig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;