De kantonrechter te Rotterdam behandelde een zaak waarin eiseres, werkzaam bij Kruithof Automatic B.V. sinds 1991 op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst, vorderingen instelde wegens niet-betaald loon, dertiende maand en vakantietoeslag. Eiseres was sinds februari 2014 arbeidsongeschikt en de loondoorbetalingsverplichting eindigde op 22 maart 2017.
Eiseres vorderde betaling van achterstallig loon over februari en maart 2017, een dertiende maand over 2016, vakantietoeslag over mei 2016 tot maart 2017, wettelijke rente, incassokosten en loonspecificaties. Kruithof betwistte dat de dertiende maand een arbeidsvoorwaarde was en stelde dat het vakantiegeld reeds was betaald, maar niet op het gevorderde percentage.
De rechter oordeelde dat de dertiende maand na 15 jaar onafgebroken betaling een arbeidsvoorwaarde was geworden en dat de uitbetaling van 90% loon tijdens ziekte ook een arbeidsvoorwaarde vormde. Kruithof moest het volledige achterstallige loon, dertiende maand en het netto equivalent van het resterende vakantiegeld betalen. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 10%. Kruithof werd veroordeeld tot betaling van € 5.510,34 plus wettelijke rente en overige kosten, en tot het verstrekken van loonspecificaties.