ECLI:NL:RBROT:2017:8010
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling in kort geding na bodemtoewijzing
In deze zaak vordert eiser in kort geding dat hij binnen 24 uur na vonnis betekening wedertewerkstelling krijgt bij Van Oord Personeels B.V., onder dreiging van een dwangsom. Eiser is sinds 2014 in dienst als Financial Controller en werd per 31 juli 2017 op non-actief gesteld nadat Van Oord een ontbindingsverzoek had aangekondigd.
Eiser stelt dat de non-actiefstelling onrechtmatig is en dat er geen voldragen ontslaggrond is. Hij benadrukt het belang van wedertewerkstelling om zijn naam te zuiveren. Van Oord voert aan dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en dat ontbinding gerechtvaardigd is.
De kantonrechter constateert dat in de bodemprocedure het verzoek tot wedertewerkstelling reeds is toegewezen en dat eiser daardoor geen spoedeisend belang meer heeft bij de voorlopige voorziening. Daarom wordt de vordering afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling in kort geding wordt afgewezen omdat in de bodemprocedure deze reeds is toegewezen.