Op 22 april 2016 heeft de verdachte samen met twee anderen openlijk geweld gepleegd tegen een verkeersdeelnemer in Rotterdam, waarbij het slachtoffer meerdere malen werd geslagen, zowel toen hij in de auto zat als nadat hij uitstapte. Daarnaast heeft de verdachte het portier van de auto van het slachtoffer beschadigd. Tevens heeft de verdachte een politieambtenaar, die hem aanhield, beledigd met grove woorden en in het gezicht gespuugd.
De rechtbank heeft de tenlasteleggingen bewezen verklaard op basis van onder meer de gedeeltelijk bekennende verklaring van de verdachte en andere bewijsmiddelen. De verdachte handelde in nauwe en bewuste samenwerking met anderen bij het geweldplegen. Er zijn geen omstandigheden gevonden die de strafbaarheid van de feiten of verdachte uitsluiten.
Gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere geweldsdelicten en een lopende gevangenisstraf, is een gevangenisstraf passend geacht. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden, met aftrek van voorarrest, en zag af van een geldboete.
De rechtbank benadrukte het ernstige karakter van het spugen in het gezicht van de politieambtenaar als een vernederende daad die het gezag van de politie ondermijnt. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 13 oktober 2017.