3.2.Het bezwaarschrift van eiser 1 is gedateerd op 15 augustus 2016 en op
18 augustus 2016 door verweerder ontvangen. Het bezwaarschrift van eiser 2 is gedateerd op 9 augustus 2016 en op 17 augustus 2016 door verweerder ontvangen. Eisers hebben de bezwaarschriften per interne post naar de Algemene bezwaarschriftencommissie van verweerder opgestuurd. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie de uitspraak van 26 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH5408) kan de verzending per interne post niet op één lijn worden gesteld met verzending per post als bedoeld in 6:9, tweede lid, van de Awb. Dat de bezwaarschriften na het einde van de bezwaartermijn zijn ontvangen en daarom niet tijdig zijn ingediend, moet voor het risico van eisers blijven. 4. Verweerder heeft het bezwaar van eisers in de bestreden besluiten ten onrechte ontvankelijk geacht. De rechtbank zal de beroepen om die reden gegrond verklaren en de bestreden besluiten vernietigen. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien door de bezwaren van eisers tegen de primaire besluiten alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Deze uitspraak treedt vervolgens in de plaats van de bestreden besluiten van eisers.
5. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten en gaat daarbij uit van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), zodat deze zaken voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Bpb in beroep worden beschouwd als één zaak. Voorts is bij deze berekening de wegingsfactor 1 toegepast, die gehanteerd wordt bij minder dan vier samenhangende zaken. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en wegingsfactor 1), welk bedrag gelijkelijk wordt verdeeld over beide zaken.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten,
hetgeen in dit geval inhoudt dat de bezwaren alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard;
- bepaalt dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht van elk € 168,-
vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 990,-, gelijkelijk te verdelen over beide zaken.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, voorzitter, en mr. P. Vrolijk en
mr. A. Pahladsingh, leden, in aanwezigheid van mr. J. Nieuwstraten, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.
Afschrift verzonden aan partijen op: