Interfresh Airfreight Handling B.V. (eiseres) verzocht de NVWA om erkenning als officiële inspectielocatie voor bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong. De NVWA weigerde deze erkenning en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eiseres stelde dat de brief van afwijzing wel rechtsgevolg heeft, omdat zij hierdoor extra kosten moet maken en een commercieel belang heeft bij erkenning.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 30 november 2015 wel een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het een publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die de juridische status van een zaak vaststelt. De NVWA heeft publiekrechtelijke bevoegdheid om erkenning te verlenen en de afwijzing daarvan heeft rechtsgevolgen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. De NVWA moet het betaalde griffierecht vergoeden en werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank volgde de NVWA in de uitleg van de geografische grenzen van de officiële inspectielocaties en wees het verzoek om uitzondering af.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.