Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 februari 2018 in de zaak tussen
[eisers]
Procesverloop
Overwegingen
inhet stiltegebied, zodat deze opmerkingen niet aan vergunningverlening in de weg staan.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van belanghebbenden tegen de omgevingsvergunning voor het Windpark Westerse Polder, waarbij vijf windturbines met een ashoogte tot 140 meter worden geplaatst ter vervanging van zeven kleinere turbines.
Eisers stelden onder meer dat zij niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt, dat de vergunning onduidelijk was, dat de gemeente niet bevoegd was en dat er strijd was met diverse wet- en regelgeving zoals de Crisis- en herstelwet, de Wet natuurbescherming, de Verordening Ruimte Zuid-Holland en de Structuurvisie Hoeksche Waard. Ook werden geluidsoverlast, lichtschittering, natuurtoetsen en de MER-beoordeling betwist.
De rechtbank oordeelde dat eisers wel belanghebbenden zijn vanwege de zichtbaarheid en geluidseffecten, dat de gemeente bevoegd was het besluit te nemen, en dat de vergunningaanvraag voldoende duidelijk was. De diverse beroepsgronden werden inhoudelijk getoetst en verworpen, onder meer omdat de wettelijke normen werden gerespecteerd, de milieueffecten niet significant waren en de ruimtelijke onderbouwing adequaat was. De rechtbank concludeerde dat het besluit deugdelijk is gemotiveerd en handhaafbaar is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor het windpark werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het windpark Westerse Polder wordt ongegrond verklaard.