Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
- dagvaarding € 77,52
- griffierrecht € 3.829,00
- salaris advocaat
Rechtbank Rotterdam
Eiseressen vorderen schadevergoeding van de gemeente Rotterdam wegens het niet nakomen van de verplichting tot overleg zoals bepaald in artikel 21 van Pro een overeenkomst uit 1999, na een onvoorziene wijziging van de ontgrondingenvergunning. De rechtbank verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin is vastgesteld dat de gemeente tekort is geschoten door niet constructief overleg te voeren.
De rechtbank stelt vast dat het niet mogelijk is om de exacte schade te begroten vanwege gebrek aan concrete feiten en omstandigheden. Daarom wordt de schade geschat op basis van redelijkheid en billijkheid. Van de totale hoeveelheid zand die achterbleef in het zandwinningsgebied wordt ongeveer de helft toegerekend aan de wijziging van de vergunning. De schade wordt berekend op basis van een verrekenprijs per kubieke meter zand, verminderd met variabele kosten.
De rechtbank oordeelt dat bij constructief overleg de schadepost mogelijk geheel of gedeeltelijk zou zijn opgelost, maar bij het uitblijven daarvan mag verwacht worden dat de schade gelijkelijk wordt gedeeld. Daarom wordt de gemeente veroordeeld tot betaling van de helft van de geschatte schade, te weten €2,75 miljoen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De overige vorderingen en gronden worden afgewezen. De procedure in reconventie wordt aangehouden in afwachting van een hoger beroepsuitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Rotterdam tot betaling van €2,75 miljoen schadevergoeding wegens het niet voeren van overleg, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.