Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 15 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
modus operandi). De mannelijke begeleider(s)/mededader(s) van de vrouw is/zijn niet steeds dezelfde perso(o)n(en). Wel valt daarbij op dat de herkenningen door de politie steeds leiden naar [naam medeverdachte] en/of mannelijke verwanten van [naam medeverdachte] .
op2 juli 2018 te Rotterdam
5.Strafbaarheid feiten
1. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
2. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
3. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
4. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
5. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
8. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
9. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
10. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
11. diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
12.poging tot oplichting;
13. poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
14. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
15. poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar;
de benadeelde partij [naam benadeelde 1], wonende te Rotterdam, te betalen een bedrag van
€ 4.250,- (zegge: vierduizend tweehonderdenvijftig euro), bestaande uit € 3.750,- aan materiële schade en
de verdachte de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 4.250,- (zegge: vierduizend tweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 4.250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
52 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
de benadeelde partij [naam benadeelde 2], wonende te Rotterdam, te betalen een bedrag van
€ 1.907,- (zegge: éénduizendnegenhonderdenzeven euro), bestaande uit € 907,- aan materiële schade en
[naam benadeelde 2]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde 2]te betalen
€ 1.907,-(hoofdsom,
zegge: negentienhonderd en zeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.907,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
29 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
de benadeelde partij [naam benadeelde 3] ,via haar gemachtigde mevrouw [naam 4] werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn, te betalen een bedrag van
€ 16.143,33(zegge:
zestienduizend éénhonderddrieenveertig euro en drieendertig cent), bestaande uit € 15.743,33 aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 16.143,33 (zegge: zestienduizend éénhonderddrieenveertig euro en drieendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 24.105,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
115 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
de benadeelde partij [naam benadeelde 4], wonende te Krimpen aan den IJssel te betalen een bedrag van
€ 750,- (zegge: zevenhonderdenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 september 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 750,- (zegge: zevenhonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 20114 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 750,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
15 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.