Eisers vorderen in deze civiele procedure dat gedaagde wordt veroordeeld tot het afbreken van een gebouwde constructie op een strook grond die volgens een notariële akte uit 1961 onbebouwd moet blijven. Deze strook dient als uitweg en is belast met een erfdienstbaarheid van niet-bebouwing ten behoeve van het perceel van eisers.
Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank onderzoekt de processtukken en stelt vast dat het bouwen op deze strook in strijd is met de erfdienstbaarheid. Eisers zijn eigenaar van het perceel dat baat heeft bij deze erfdienstbaarheid.
De rechtbank verklaart voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeelt hem om binnen tien dagen na betekening van het vonnis de bebouwing te verwijderen en het sloopmateriaal af te voeren. Tevens worden verbodsbepalingen opgelegd tegen toekomstige bebouwing en gebruik als opslagruimte, met een dwangsom bij overtreding.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €3.006,85 en de proceskosten van eisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.