Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2018:13

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 januari 2018
Publicatiedatum
27 december 2017
Zaaknummer
ROT 17/5527
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na terugverwijzing bezwaar

Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een brief van 8 maart 2017, waarin werd medegedeeld dat haar bezwaarschrift naar de rechtbank was doorgestuurd. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was en haar rechten niet veranderde.

Eiseres stelde dat de brief wel een publiekrechtelijke handeling met rechtsgevolg was en dat zij daardoor procesbelang had bij behandeling van haar beroep. De rechtbank onderzocht dit aan de hand van vaste rechtspraak, waarbij procesbelang vereist dat het nastreven van het resultaat ook daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener.

De rechtbank constateerde dat na doorzending van het bezwaarschrift de zaak door de rechtbank was terugverwezen naar verweerder, die het bezwaar alsnog in behandeling had genomen. Hierdoor had eiseres feitelijk bereikt wat zij wilde: behandeling van haar bezwaar door het bestuursorgaan.

Omdat eiseres niet had onderbouwd welke schade zij had geleden door de brief van 8 maart 2017, oordeelde de rechtbank dat zij geen procesbelang had bij inhoudelijke behandeling van het beroep. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het onderzoek werd beëindigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 1
zaaknummer: ROT 17/5527
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2018 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de brief van 8 maart 2017 niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit digitaal beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard onder de overweging dat de brief van 8 maart 2017, waarbij aan eiseres is medegedeeld dat haar bezwaarschrift wordt doorgezonden aan de rechtbank, geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens verweerder zijn de rechten van eiseres door deze mededeling niet veranderd.
2. Eiseres stelt dat haar pro forma bezwaarschrift ten onrechte is doorgestuurd naar de rechtbank. De brief van 8 maart 2017 heeft haar rechten wel veranderd en is dus een (publiekrechtelijke) handeling gericht op rechtsgevolg.
3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep heeft. Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2805) bepalend of het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
4. De rechtbank stelt vast dat zij, nadat verweerder het bezwaarschrift van 16 februari 2017 bij brief van 8 maart 2017 naar de rechtbank heeft doorgestuurd ter behandeling als beroepschrift, de zaak bij beslissing van 28 juni 2017 heeft terugverwezen naar verweerder. Dit betekent dat verweerder het bezwaarschrift van 16 februari 2017 alsnog in behandeling heeft genomen, wat verweerder eiseres ook heeft medegedeeld in het bestreden besluit. Nu eiseres hiermee feitelijk heeft gekregen wat zij wilde - een behandeling van haar bezwaarschrift door verweerder - en eiseres niet heeft onderbouwd of gespecificeerd wat de aard en de omvang is van de door haar gestelde schade als gevolg van de brief van 8 maart 2017, is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke behandeling van haar beroep.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van
L. van Zuijlekom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
5 januari 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.