De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van appartementseigenaren tegen het besluit van de gemeente Rotterdam om kosten van bestuursdwang te verhalen voor herstelwerkzaamheden aan een flatgebouw. De herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd omdat het pand niet voldeed aan het Bouwbesluit en de Woningwet, en de VvE had nagelaten deze te verrichten.
De gemeente had de kosten van de werkzaamheden, vermeerderd met beheerskosten, op de appartementseigenaren verhaald. Eisers voerden onder meer aan dat het kostenverhaal onredelijk was vanwege het tijdsverloop, de gebrekkige uitvoering van de werkzaamheden, de onduidelijkheid over de kostenopbouw en de disproportionele lastenverdeling.
De rechtbank oordeelde dat het kostenverhaal niet was verjaard en dat de herstelwerkzaamheden in hoofdzaak waren uitgevoerd. Wel kon de gemeente niet uitsluiten dat een deel van de facturen niet tot de werkelijk gemaakte kosten behoorde, met name voor schilderwerkzaamheden. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en bepaalde de rechtbank zelf de te verhalen kosten, waarbij een bedrag van € 5.285,98 in mindering werd gebracht.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van de eisers. De rechtbank benadrukte dat het kostenverhaal in beginsel gerechtvaardigd is, maar dat onduidelijkheden en mogelijke dubbele betalingen voor rekening van de gemeente komen.