ECLI:NL:RVS:2014:3643
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang asbestsanering na brand
In deze zaak gaat het om een beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Grootegast betreffende de toepassing van spoedeisende bestuursdwang en het daaropvolgende kostenverhaal op appellant vanwege asbestverontreiniging na een brand op zijn perceel.
Na de brand op 12 augustus 2013 ontstond asbestverontreiniging op het perceel en de directe omgeving. Het college gaf appellant opdracht tot asbestsanering, die hij naliet, waarna het college zelf de sanering uitvoerde en de kosten op appellant verhaalde. Appellant stelde dat de situatie niet spoedeisend was en dat hem geen verwijt kon worden gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brand een ongewoon voorval was met milieuschade en dat appellant naliet tijdig maatregelen te treffen, waardoor bestuursdwang gerechtvaardigd was. De spoedeisendheid werd onderbouwd met een asbestinventarisatierapport en een protocol van de veiligheidsregio. Het kostenverhaal was terecht omdat appellant verwijtbaar handelde en geen bijzondere omstandigheden tot uitzondering bestonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de vastgestelde kosten werden niet als buitensporig beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het kostenverhaal bestuursdwang wegens asbestverontreiniging wordt ongegrond verklaard.