Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Tegenspraak
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van de door Reclassering Nederland geïndiceerde bijzondere voorwaarden.
4.Geldigheid dagvaarding
5.Waardering van het bewijs
Uit de omschrijvingen van de betalingen zoals vermeld op de facturen [naam bedrijf 2] de verdachte aan [naam bedrijf 1] / [naam medeverdachte 1] (te weten ‘werkzaamheden in de periode
[naam maand]’) [1] leidt de rechtbank daarnaast af dat deze betalingen in elk geval niet zagen op werkzaamheden uit het verleden. Daar komt bij dat de stelling dat de verdachte al sinds 2000 betrokken was bij het [naam gymnasium] om [naam medeverdachte 1] van managementondersteuning te voorzien, geen steun vindt in het dossier.
bijlage IIheeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder
1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:
haddenop de in die facturen vermelde werkzaamheden en/of diensten,
170.544,85euro (AH-033), van [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] , heeft aangenomen, en dit aannemen in strijd met de goede trouw telkens heeft verzwegen tegenover zijn werkgever .
haddenop de in die facturen vermelde werkzaamheden/diensten,
witwasseneen gewoonte heeft gemaakt.
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering van de straf
9.Vordering van de benadeelde partij
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
12 (twaalf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaren, na te melden voorwaarden overtreedt;
- zich vóór het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- medewerking zal verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;