Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres](eiseres), te Rotterdam, tezamen te noemen: eisers,
Rechtbank Rotterdam
Eisers ontvingen vanaf januari 2014 een Turks pensioen en vroegen op 7 april 2015 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) aan. Bij de aanvraag vulden zij onjuist in dat zij geen buitenlands pensioen ontvingen. Verweerder ontdekte later via officiële informatie uit Turkije dat het pensioen zo hoog was dat geen recht op AIO bestond.
Verweerder trok de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug. Eisers voerden aan dat verweerder tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en dat zij geen mededelingsplicht hadden omdat het pensioen uit authentieke gegevens kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat eisers hun inlichtingenplicht hadden geschonden, omdat zij redelijkerwijs moesten begrijpen dat het Turkse pensioen van invloed was op de AIO-aanvulling. De uitzondering op de inlichtingenplicht was nog niet van kracht ten tijde van het besluit. Dringende redenen om terugvordering te matigen waren niet aannemelijk gemaakt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de terugvordering van € 9.483,38. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 3 april 2018.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de AIO-aanvulling bevestigd.