ECLI:NL:RBROT:2018:2731

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 februari 2018
Publicatiedatum
5 april 2018
Zaaknummer
10/660552-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 SrArt. 47 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving

De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 februari 2018 de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer op 14 oktober 2017.

Tijdens de terechtzitting op 7 februari 2018 werd het bewijs onderzocht. De officier van justitie vorderde vrijspraak omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen het slachtoffer van haar vrijheid had beroofd.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het feit van de vrijheidsberoving op zichzelf vaststond, er onvoldoende bewijs was dat verdachte hieraan een significante bijdrage had geleverd. De tenlastelegging, waarin onder meer sprake was van het met hoge snelheid wegrijden met het slachtoffer als passagier tegen haar wil, het stompen en slaan van het slachtoffer en het dwingen tot terugkeren in de auto, werd niet bewezen verklaard.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Het vonnis werd gewezen door voorzitter Milders en rechters van de Grampel en Smit, en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/660552-17
Datum uitspraak: 21 februari 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. D.C.E. Timmermans, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2018.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Harbers heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4.Waardering van het bewijs

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent dat uit de stukken van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat [naam slachtoffer] op 14 oktober 2017 op enig moment wederrechtelijk van haar vrijheid is beroofd, maar dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat deze vrijheidsberoving in nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte is gepleegd, in die zin dat zij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd.

5.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. V.F. Milders, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en M. Smit, rechters,
in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
zij op of omstreeks 14 oktober 2017 te Capelle aan den IJssel, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd
en/of beroofd gehouden, door
- met de auto, waarin die [naam slachtoffer] als passagier zat, tegen de wil van die [naam slachtoffer]
met hoge snelheid weg te rijden en/of
-
(voorafgaande aan het rijden)die [naam slachtoffer] meermalen (met kracht) te stompen en/of te slaan en/of
- die [naam slachtoffer] op te dragen weer in de auto te stappen, omdat die [naam slachtoffer] anders in de kofferbak ging en/of
- tegen die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen “Ik wil nog niet stoppen en ik ben er nog niet klaar mee”, althans woorden van gelijke strekking en/of aard.
(artikel 282/47 Wetboek van Strafrecht)