Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
.Dat de parkeergarage privaatrechtelijk is gesplitst van de woningen, betekent niet dat de parkeergarage niet in de zin van het Uitvoeringsbesluit behoort tot het complex waarvan de woningen ook deel uit maken.
Die duurzame beschikbaarheid kan door middel van een regeling publiekrechtelijk of privaatrechtelijk gewaarborgd zijn, maar duurzame beschikbaarheid kan ook op basis van de feitelijke situatie worden vastgesteld. In dit geval is er niet gebleken van een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke regeling. Verweerder stelt weliswaar dat er een parkeereis is opgenomen in de bouwvergunning, maar dat blijkt niet uit die vergunning.
Er is in de bouwvergunning immers geen koppeling met de notulen van de Parkeercommissie gelegd. Verweerder heeft zich niet op het standpunt gesteld dat de exploitant op grond van de erfpachtvoorwaarden verplicht is parkeerplaatsen aan bewoners te verhuren. De rechtbank kan een dergelijke verplichting niet zonder meer afleiden uit de in de overgelegde splitsingsakte geciteerde erfpachtvoorwaarden. Op basis van de feitelijke situatie kan evenmin worden vastgesteld dat de parkeervoorziening duurzaam beschikbaar is voor de bewoners van [naam] . Per 1 januari 2012 dienden de bewoners van [naam] hun voertuigen immers uit de parkeergarage verwijderd te hebben en vervolgens werd hun gedurende ruim vier jaren geen parkeerplaats meer aangeboden. Het feit dat de exploitant inmiddels weer parkeerplaatsen aan bewoners aanbiedt, doet er niet aan af dat de parkeergarage van 1 januari 2012 tot medio 2016 geen parkeerruimte voor bewoners bood en daarmee feitelijk niet duurzaam beschikbaar is voor bewoners van [naam] .
Beslissing
(€ 168,-).