ECLI:NL:RVS:2017:668
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking permanente parkeervergunning wegens bijbehorende parkeervoorziening
De appellant beschikte sinds 2007 over een permanente parkeervergunning voor parkeersector 3 in Rotterdam. Het college trok deze vergunning in omdat de appellant woonde in een complex met een bijbehorende parkeervoorziening, namelijk een parkeergarage aan de Mauritsstraat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de parkeergarage als bijbehorende parkeervoorziening kan worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte stukken heeft betrokken die niet aan het besluit ten grondslag lagen en dat de parkeergarage en het appartementencomplex geen bouwkundig en organisatorisch complex vormen. De Raad van State oordeelde dat het begrip bijbehorende parkeervoorziening niet vereist dat sprake is van één complex en dat het college voldoende heeft onderbouwd dat de parkeergarage bestemd is voor bewoners van het appartementencomplex.
Verder stelde appellant dat het besluit vernietigd had moeten worden omdat het college pas in de beroepsprocedure nadere stukken overlegde. De Raad van State verwierp dit omdat deze stukken een nadere onderbouwing vormden van het reeds ingenomen standpunt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de parkeervergunning wordt bevestigd omdat de appellant gebruik kan maken van een bijbehorende parkeervoorziening.