ECLI:NL:RBROT:2018:3295
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningverlening maritieme frequentieruimte aan wadloopgidsen op basis van buitenwettelijk begunstigend beleid
Eiser, een wadloopgids, verzocht om uitbreiding van zijn vergunning voor het gebruik van maritieme frequentieruimte, waaronder toegang tot meer kanalen en gebruik van landmobiele frequenties. Verweerder, de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verleende op basis van buitenwettelijk begunstigend beleid een vergunning voor zes kanalen die specifiek zijn toegewezen aan wadloopgidsen. Dit beleid is consistent toegepast en strookt met het Nationaal Frequentieplan 2014, dat geen ruimte biedt voor vergunningverlening aan wadloopgidsen buiten deze kanalen.
De rechtbank oordeelt dat het buitenwettelijk begunstigend beleid niet onredelijk is en dat de vermeende inconsistenties in de toepassing berusten op administratieve fouten die geen invloed hebben op de rechtmatigheid van het beleid. Daarnaast is vastgesteld dat het territorialiteitsbeginsel de verweerder geen bevoegdheid geeft om vergunningen te verlenen voor frequentieruimte op Duits of Deens grondgebied.
Verder is bevestigd dat het gebruik van de scanfunctie en de hoog vermogen stand van de marifoon is toegestaan binnen de vergunning. De rechtbank kan geen uitspraak doen over beleidsmatige gelijkstelling van wadloopgidsen met pleziervaart. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de wadloopgids tegen de vergunningverlening wordt ongegrond verklaard.