ECLI:NL:CRVB:2017:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijzondere bijstand en terugwerkende kracht bij cumulatie van kosten
Appellanten, die bijstand ontvingen op grond van de WWB, vroegen bijzondere bijstand aan voor diverse kosten, waaronder medische kosten, dieetkosten en eigen bijdragen. Het college wees deze aanvragen grotendeels af, onder meer omdat voor sommige kosten een voorliggende voorziening bestaat en omdat bijstand met terugwerkende kracht in principe niet wordt verleend zonder bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat cumulatie van kosten bijzondere omstandigheden vormt en dat het college het beleid omtrent terugwerkende kracht niet consistent toepast. De Raad overwoog dat het beleid van het college als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt en dat alleen de consistentie van toepassing wordt getoetst, welke consistentie niet is betwist.
Verder oordeelde de Raad dat cumulatie van kosten geen zeer dringende reden is in de zin van artikel 16 WWB Pro en dat kosten voortvloeiend uit het verplichte eigen risico geen bijzondere omstandigheden vormen. Ook werd bevestigd dat bijstand voor schuldenlast niet toekomt als er middelen zijn om in de noodzakelijke kosten te voorzien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.