ECLI:NL:RBROT:2018:3445
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldhulpverleningstraject door gemeente Rotterdam bevestigd
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Rotterdam om het schuldhulpverleningstraject te beëindigen. Dit besluit is genomen nadat een schuldeiser weigerde mee te werken aan een minnelijk traject en de verzoeken van eiser om een dwangakkoord en een schuldsaneringsregeling (WSNP) door de rechtbank waren afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente op grond van deze omstandigheden terecht heeft geoordeeld dat het schuldhulpverleningstraject geen kans van slagen meer had en daarom mocht worden beëindigd. Hoewel dit besluit nadelig is voor eiser, acht de rechtbank de afweging van de gemeente niet onevenredig en ontbreken bijzondere omstandigheden die tot een ander besluit hadden moeten leiden.
De rechtbank wijst erop dat de gemeente zich voldoende heeft ingespannen om alsnog tot een schuldregeling te komen. Het feit dat niet alle schuldeisers akkoord gingen met de regeling valt buiten de macht van de gemeente en rechtvaardigt geen nadere belangenafweging bij beëindiging.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het schuldhulpverleningstraject wordt ongegrond verklaard.