Op 12 juni 2016 heeft de verdachte in Rotterdam het slachtoffer op straat met een mes in de romp gestoken, in het bijzijn van diverse omstanders. Het slachtoffer liep een wond op die in het ziekenhuis met vier hechtingen werd behandeld. Diverse getuigen bevestigden het steekincident en de aanwezigheid van bloed op kledingstukken die later door de politie werden aangetroffen.
Hoewel het slachtoffer geen aangifte deed, is op basis van verklaringen en aangetroffen bewijs wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank kwalificeerde dit als poging tot zware mishandeling.
De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten en de rol van het slachtoffer was niet geheel zonder blaam. Gezien de ernst van het feit zou normaal gesproken een gevangenisstraf passend zijn, maar de rechtbank legde een taakstraf van 160 uur op, met een subsidiaire hechtenis van 80 dagen bij niet-nakoming.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en oordeelde dat er geen omstandigheden waren die de strafbaarheid uitsloten. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte.