Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te [verblijfplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
cumulatief/alternatief)
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- bemonstering AANE3690NL#01 bevat DNA van vier personen;
- de onbekende personen in dit mengsel zijn niet onderling of aan [verdachte] verwant.
circa 30 duizend keer waarschijnlijkerwanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
Gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestesvermogens
Een misdrijf genoemd in artikel 37a lid 1, onder 1 Wetboek van Strafrecht
9.BESLAG
- 1 STK Spijkerbroek met lederen riem (G2600395);
- 2 STK Herenschoenen (G2600665);
- 1 STK Blouse (G2600401).
10.BENADEELDE PARTIJEN
€ 5.000,-. Bij het bepalen van de hoogte van deze bedragen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van (de gevolgen van) het feit, de bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend, de grote impact die het feit op [slachtoffer 2] heeft gehad en gevolgen die voor hem tot op de dag van vandaag merkbaar zijn.
Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshovenwaarbij krachtens tarief III (tarief geldt met betrekking tot zaken van een geldwaarde van
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstrafvan
drie jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- 1 STK Spijkerbroek met lederen riem (G2600395);
- 2 STK Herenschoenen (G2600665);
- 1 STK Blouse (G2600401);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] volledig toe tot een bedrag van € 10.000,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat
- € 10.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met gijzeling voor de duur van één dag;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade en € 746,- aan proceskosten;
- verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte tot betaling van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2020 tot de dag van volledige betaling en tot betaling van € 746,-;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat
- wijst de vordering af;
- veroordeelt [slachtoffer 3] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.