ECLI:NL:RBROT:2018:4962
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete opgelegd wegens overtredingen hygiënevoorschriften levensmiddelen
De zaak betreft een boete van €1.575 opgelegd aan eiser wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen in verbinding met Verordening (EG) 852/2004. De boete is gebaseerd op een inspectierapport waarin werd vastgesteld dat apparatuur en bedrijfsruimten onvoldoende schoon waren, met aangekoekte vuilresten en productresten.
Eiser betwistte dat het vuil oud en aangekoekt was en stelde dat het dagvuil betrof afkomstig van verhit honing, en voerde aan dat hij in bezwaar gehoord had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat de waarnemingen van de inspecteur betrouwbaar zijn en dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Bovendien was het horen niet noodzakelijk omdat het bezwaar ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de boete. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtredingen van hygiënevoorschriften wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.575 gehandhaafd.