ECLI:NL:RBROT:2018:5094
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A.M.J. Adriaansen
- T. van den Akker
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens huisvestingsvergunningplicht voor woonruimte in Rotterdam
Eiser is eigenaar van een pand in Rotterdam waar woonruimte is gegeven aan een persoon zonder huisvestingsvergunning. De gemeente legde een boete van €2.000 op wegens overtreding van de huisvestingsvergunningplicht. Eiser betwistte de overtreding en stelde dat de huurder de woning had gekraakt en dat hij geen bemoeienis had gehad met de verhuur.
De rechtbank oordeelde dat de huurder daadwerkelijk in de woning verbleef zonder vergunning en dat eiser voldoende betrokken was bij het in gebruik geven van de woning, onder meer vanwege betaling van borg en huur. De rechtbank verwierp het verweer dat de huurovereenkomst vervalst was en dat eiser niet wist van het gebruik.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €2.000 wegens het in gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning wordt ongegrond verklaard.